Huisvesting en Stedebouw

Reglement op de ongemeubelde lokalen bestemd voor huisvesting en op de gemeubelde en ongemeubelde lokalen bestemd voor het wonen van studenten

Samengevat

In Jette, moeten ongemeubelde lokalen bestemd voor huisvesting een oppervlakte bieden van minimum 35m² voor een gezin van twee personen of minder. Voor een gezin van meer dan twee personen, is de minimale oppervlakte 40m², waar een vastgelegde oppervlakte moet worden bijgereken per kind of volwassene in het gezin. Wat betreft studentenwoningen, deze moeten minstens 9m² zijn. Bovendien moeten deze woningen voldoende wezelijke kwaliteit bieden betreffende de bewoonbaarheid.

HOOFDSTUK I ONGEMEUBELDE LOKALEN BESTEMD VOOR HUISVESTING

AFDELING 1 - TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 1: Huidig reglement is van toepassing op:

- alle gebouwen met een oorspronkelijk karakter van ééngezinswoning waarin aan een aantal personen, voor een willekeurige periode, ongemeubelde lokalen worden aangeboden als woonruimte en aldus omgevormd worden tot woningen voor meerdere gezinnen; 
- alle gebouwen waarin het oorspronkelijk aantal woongelegenheden wordt vermeerderd of waarin het aantal woongelegenheden wordt onderverdeeld; 
- alle gebouwen waarin het aantal woongelegenheden niet bezet wordt overeenkomstig de oorspronkelijke opvatting van het gebouw; 
- alle appartements- of flatsgebouwen

Artikel 2: De verordening is niet van toepassing op inrichtingen waarvoor andere wettelijke bepalingen vastgesteld zijn, in 't bijzonder rusthuizen, bejaardentehuizen, hotels, ziekenhuizen, internaten verbonden aan scholen, inrichtingen voor sociale bijstand, enz ...

Artikel 3: Elke persoon die het voornemen heeft veranderingen uit te voeren zoals bedoeld in artikel 1 (afdeling 1) is ertoe gehouden eerst een toelatingsaanvraag in te dienen bij het College van Burgemeester en Schepenen.

AFDELING 2 - KWALITEITS- EN VEILIGHEIDSNORMEN

Artikel 4: Ligging

De achtergebouwen evenals de lokalen waarvan de zoldering zich op minder dan 1m boven het maaiveld bevindt mogen niet voor bewoning gebruikt worden, tenzij zij er als dusdanig voor opgevat werden en op voorwaarde dat ze een vrije hoogte hebben van 2m10.

Artikel 5: Minimum aantal bewoonbare plaatsen

1.Dagvertrekken

De woning moet omvatten: 
a) een woonkamer; 
b) een keuken of kookhoek;

2. Nachtvertrekken

De woning moet, wat het aantal nachtvertrekken betreft, volgende mogelijkheden bieden: 
- een kamer per paar; 
- een kamer per kind van 2 tot minder dan 10 jaar of per groep van 2 kinderen van 2 tot minder dan 10 jaar; 
- een kamer per kind van 10 tot 17 jaar inbegrepen of een kamer per groep van 2 kinderen van 10 tot 17 jaar inbegrepen; 
- een kamer voor ieder volwassene of per groep van 2 volwassenen van 18 jaar en meer.

3. Studios

De woningen oorspronkelijk opgevat als studio zonder nachtvertrekken mogen slechts bewoond worden door 1 of 2 personen.

Artikel 6: Minimale bewoonbare oppervlakte

Onder bewoonbare oppervlakte wordt verstaan, de som van de oppervlakten gemeten tussen de binnenwanden van de vertrekken van de woning.  Komen niet aanmerking bij de berekening van de bewoonbare oppervlakte: de trappenhuizen, de gangen, de bergkamers, de kelders en de zolders die niet als woonplaats zijn ingericht, de niet bewoonbare bijgebouwen en de autobergplaats.  Voor de gezinnen van twee personen of minder moet de bewoonbare oppervlakte minimum 35 m² bedragen.  Voor de gezinnen die meer dan twee personen tellen, moet de bewoonbare oppervlakte 40 m² bedragen, verhoogd: 
a) met 6 m²
per groep van twee kinderen van 2 tot minder dan 10 jaar; 
per kind van 10 tot 17 jaar inbegrepen of per groep van twee kinderen van 10 tot 17 jaar inbegrepen;
voor ieder volwassene van 18 jaar en meer; 
b) met 12 m² 
voor ieder ander paar dan de hoofdbewoner. 

Het aldus bepaalde minimum dient met 8 m² te worden verhoogd wanneer het aantal in de woning gehuisveste personen gelijk is of meer bedraagt dan acht.

Artikel 7: Goede bewoonbaarheid

De woningen moeten de kwaliteiten vertonen van een volwaardige woongelegenheid en voldoen aan de normen van onderhavig reglement.  De muren, de vloer, de beschotten en de zolderingen van de dag- en nachtvertrekken mogen geen teken van bestendige vochtigheid vertonen en er mogen geen scheuren of barsten aanwezig zijn welke lucht doorlaten of waterdoorzijpelingen mogelijk maken.

Artikel 8: Natuurlijke verluchting en verlichting

De vertrekken die, zowel overdag als 's nachts, voor bewoning kunnen gebruikt worden, moeten voorzien zijn van ten minste één vertikaal venster of ten minste één dakvlakvenster dat rechtstreeks uitgeeft op de vrije lucht en op een ruimte die groot genoeg is om de onmisbare natuurlijke verluchting en verlichting mogelijk te maken. In geen enkel geval mag de verhouding van de netto-oppervlakte van de vensters tot de oppervlakte van de door deze vensters verlichte vloer lager dan 1/5 zijn. De oppervlakte van de dakvensters van de dakkamers, of van de koepels, of van andere doorzichtige panelen, die de bovenste verdiepingen verlichten, moet minstens een halve vierkante meter bedragen.

Artikel 9: Uitrusting

De minimale uitrusting van de woning vergt de aanwezigheid van een systeem van bevoorrading van drinkwater of de aansluiting op het watervoorzieningsnet, de aansluiting op het elektriciteitsnet en een afvoersysteem voor de afvalwaters aangesloten aan het openbaar rioleringsnet. Bovendien dient elke uitbreiding van de technische uitrusting van het gebouw te gebeuren volgens de grondregels van de bouwkunst.

Artikel 10: Sanitaire installaties

Iedere woning moet voorzien zijn van ten minste een wastafel met een kraan met stromend water en een reukafsnijder en verbonden zijn met een verluchte afvoerbuis en een eigen W.C. met spoelinrichting.  Deze laatste mag geen directe toegang hebben tot bewoonbare vertrekken of tot een lokaal waar voedingsstoffen bereid of bewaard worden. 
De sanitaire lokalen moeten voorzien zijn van een voldoende rechtstreekse buitenverluchting.  De vertrekken uitgerust met een waterverwarmer gevoed met gas moeten voorzien zijn van een opening van minstens 150 cm² voor de toevoer van verse lucht. De verbrandingsgassen moeten langs een schouw naar buiten afgevoerd worden. 
De binneninstallaties zullen van die aard zijn, dat zij de drinkbaarheid van het water vrijwaren, in 't bijzonder wat de materialen van de leidingen betreft.

Artikel 11: Elektrische installaties

In het gebouw is enkel elektrische verlichting toegelaten. Elk vertrek moet uitgerust zijn met een installatie die het mogelijk maakt een lichtbron te plaatsen. De elektrische installaties moeten voor het ganse gebouw voldoen aan de in voege zijnde voorschriften en reglementen, geplaatst worden volgens de grondregels van de bouwkunst, in goede staat gehouden worden zodat ze voldoende veiligheid verzekeren en gekeurd worden door een persoon of instelling, erkend door de bevoegde overheid. Bij elke uitbreiding of wijziging van de installatie en in geval van verandering van eigenaar van het gebouw, zal de installatie opnieuw moeten gekeurd worden.

Artikel 12: Verwarmingsinstallaties

De verwarmingsinstallaties voor het ganse gebouw moeten beantwoorden aan de in voege zijnde voorschriften, reglementen en normen, geplaatst worden volgens de grondregels van de bouwkunst, in goede staat gehouden worden zodat ze voldoende veiligheid verzekeren en gekeurd worden door een persoon of instelling, erkend door de bevoegde overheid. Zo de verwarmingstoestellen gevoed worden met vloeibare brandstof moeten de nodige schikkingen getroffen worden om hevelwerking te voorkomen. Elektrische verwarmingstoestellen die een zichtbare elektrische weerstand bevatten, installaties met butaan-propaan of ander brandbaar gas in verplaatsbare recipiënten of verplaatsbare toestellen gevoed met vloeibare brandstof, zijn verboden.  Bij elke uitbreiding of wijziging van de verwarmingsinstallatie en in geval van verandering van eigenaar van het gebouw, zal de installatie opnieuw moeten gekeurd worden.

Artikel 13: Veiligheid en brandbestrijding

Voor elke omvorming van een eengezinswoning tot een woning voor meerdere gezinnen of voor elke verdeling van het gebouw of de woning, is de eigenaar ertoe gehouden langs het gemeentebestuur om, het advies te vragen van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brand en Dringende Medische Hulp en vóór de bezetting van de lokalen een gelijkvormigheidsattest te bekomen bij dezelfde dienst.  Bij verbouwingen aan het gebouw, wijziging van de lokalen of wijziging van de bestemming van de lokalen zal eveneens het advies van de hogervermelde Brandweerdienst moeten bekomen worden zonder afbreuk te doen aan de wettelijke en voorgeschreven bepalingen op het gebied van de stedebouw.

Artikel 14: Onderhoud

De technische uitrusting van het gebouw moet in goede staat gehouden worden. De eigenaar zal zich moeten schikken naar de in voege zijnde voorschriften.  Bovendien dient elke uitbreiding van de technische uitrusting te gebeuren volgens de grondregels van de bouwkunst.

Artikel 15: Toezicht

De eigenaar, de huurder of de verantwoordelijke mag zich niet verzetten tegen een controlebezoek van het gebouw door de afgevaardigden van: 
- de Politie; 
- de Brandweerdienst; 
- de dienst Hygiëne; 
- de dienst Stedebouw. 
Deze diensten kunnen zich laten bijstaan door afgevaardigden van bevoegde instellingen. Zij zullen de nodige toelichtingen verstrekken om het controlebezoek in de beste omstandigheden te laten verlopen.  Dit controlebezoek zal uitsluitend plaatshebben tussen 8u00 en 20u00 door vertegenwoordigers van voornoemde diensten in het bezit van een rechtvaardigingskaart.

Artikel 16: Overgangsmaatregelen

De gebouwen die bij het van kracht worden van onderhavig reglement niet voldoen aan de gestelde voorwaarden, moeten binnen de kortst mogelijke termijn, en in ieder geval binnen de drie maand na de goedkeuring van onderhavig reglement, in orde gebracht worden.  Op een met reden omkleed verzoek van de eigenaar kan het college van Burgemeester en Schepenen voornoemde termijn verlengen, zonder evenwel een maximumtermijn van drie maand te overschrijden. De verzoeker zal een dossier moeten indienen met een met reden omkleed voorstel en alle nodige inlichtingen voor het onderzoek van de aanvraag tot verlenging. 
Dit dossier moet ook de technisch verantwoorde termijnen tot uitvoering van de noodzakelijke aanpassingen vermelden.

Artikel 17: Maatregelen van de Burgemeester

Op verslag van de bevoegde dienst kan de Burgemeester een gebouw dat niet aan de gestelde voorwaarden voldoet, onbewoonbaar verklaren of doen ontruimen en aan de eigenaar een beperkte tijd toestaan om de nodige aanpassings- of veranderingswerken uit te voeren.  Indien de eigenaar, in dit laatste geval binnen de gestelde termijn de voorgeschreven aanpassingen niet heeft aangebracht, kan de Burgemeester het gebouw onbewoonbaar verklaren en huurverbod opleggen. Het Besluit van de Burgemeester tot onbewoonbaarheidsverklaring, tot ontruiming of tot huurverbod zal gemotiveerd worden en door de politie betekend worden aan de betrokken eigenaar of verhuurder. 
Ingeval besloten wordt tot ontruiming zal het Besluit ook betekend worden aan de huurders.  In het Besluit wordt opgegeven binnen welke termijn de woning of het gebouw ontruimd moet zijn.

Artikel 18: Straffen

Niettegenstaande de eventuele rechtsvordering bij de Belgische Hoven en Rechtbanken zullen de overtredingen of niet naleving van enige bepaling van onderhavige verordening bestraft worden met politiestraffen.

HOOFDSTUK II

A) GEMEUBELDE LOKALEN BESTEMD VOOR HET WONEN VAN STUDENTEN

AFDELING 1 - TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 19: Huidige reglementering vervolledigt de ordonnantie betreffende de gemeubelde woningen verhuurd of in verhuring geplaatst, zonder beperking van de duur van de bezetting van die woningen, behalve indien het betrokken gebouw door de verhuurder bezet wordt of indien er niet meer dan twee gemeubelde woningen in het gebouw verhuurd worden.

Artikel 20:  De verordening is niet van toepassing op inrichtingen waarvoor andere wettelijke bepalingen vastgesteld zijn, in 't bijzonder rusthuizen, bejaardentehuizen, hotels, ziekenhuizen, internaten verbonden aan scholen, inrichtingen voor sociale bijstand.

AFDELING 2 - UITBATINGSVOORSCHRIFTEN

Artikel 21:  In gebouwen met meer dan drie huurders is de aanstelling van een plaatselijk verantwoordelijke noodzakelijk zo de eigenaar of verhuurder niet in het gebouw woont. 
In dit geval stelt de eigenaar of verhuurder de plaatselijk verantwoordelijke aan om als tussenpersoon op te treden tussen huurders en eigenaar en te helpen toezicht houden op de goede staat en het gebruik van het verhuurde goed.  De eigenaar, de verhuurder of de plaatselijk verantwoordelijke die belast is met het dagelijks beheer van de studentenwoning dient, voor zover hij er werkelijk gehuisvest is, over een voldoend aantal privé- vertrekken te beschikken, prorata de samenstelling van zijn gezin en de normen opgenomen in hoofdstuk 1.

Artikel 22:  In de toegangshall van het gebouw moet op een duidelijk zichtbare plaats een identiteitslijst aangebracht worden, welke de naam, de voornaam, de verdieping, het kamernummer van de studenten-bewoners en de naam van de plaatselijk verantwoordelijke vermeldt zo de eigenaar of verhuurder niet in het gebouw woont, evenals alle vergunningen vereist door onderhavig reglement.

AFDELING 3 - BIJZONDERE VOORSCHRIFTEN

Artikel 23: Bijzondere voorschriften

Buiten hetgeen voorzien is door onderhavig reglement, moet de eigenaar, de verhuurder, of de plaatselijk verantwoordelijke op het vlak van de veiligheid en de hygiëne, alle schikkingen treffen om de personen, aanwezig in het gebouw, te beschermen tegen brand, paniek en ontploffingen.  De bestendige maatregelen die in dat opzicht moeten genomen worden door de eigenaar, de verhuurder, de plaatselijk verantwoordelijke en de huurder moeten vermeld worden in een huishoudelijk reglement dat op een zichtbare plaats zal uithangen in de toegangshall en op de verschillende verdiepingen van het gebouw. De studenten moeten bij het ingaan van het huurceel, alsook periodisch en ten minste één maal per jaar, ingelicht worden over het bestaan en gebruik van de verschillende ontruimingswegen,de meldings-, waarschuwings- en alarminstallaties, de blusuitrustingen en andere.  Deze moeten te allen tijde vrij bereikbaar en gebruiksklaar gehouden worden. De eventuele opmerkingen die zouden gemaakt worden door de bevoegde overheden zullen zonder verwijl moeten uitgevoerd worden.

B) ONGEMEUBELDE LOKALEN BESTEMD VOOR HET WONEN VAN STUDENTEN

AFDELING 1 - TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 24:  Vallen onder toepassing van onderhavig reglement, elk gebouw of deel van een gebouw, waarin voor een willekeurige periode minstens drie individuele kamers, inbegrepen, de lokalen bestemd voor gemeenschappelijk gebruik, bestemd worden om te verhuren aan studenten.

Artikel 25: De verordening is niet van toepassing op inrichtingen waarvoor andere wettelijke bepalingen vastgesteld zijn, in 't bijzonder: rusthuizen, bejaardentehuizen, hotels, ziekenhuizen, internaten verbonden aan scholen, inrichtingen van maatschappelijk welzijn.

AFDELING 2 - UITBATINGSVOORSCHRIFTEN

Artikel 26: Elke persoon die drie of meer individuele kamers verhuurt aan studenten moet dit ter kennis brengen van de Burgemeester met mededeling van het aantal verhuurde kamers en van de wijze van inrichting van deze vertrekken.

Artikel 27: In gebouwen waar meer dan drie studenten wonen is de aanstelling van een plaatselijk verantwoordelijke noodzakelijk zo de eigenaar of verhuurder niet in het gebouw woont. 
In dit geval stelt de eigenaar of verhuurder de plaatselijk verantwoordelijke aan om als tussenpersoon op te treden tussen huurders en eigenaar en te helpen toezicht houden op de goede staat en het gebruik van het verhuurde goed. De eigenaar, de verhuurder of de plaatselijk verantwoordelijke die belast is met het dagelijks beheer van de studentenwoning dient, voor zover hij er werkelijk gehuisvest is, over een voldoend aantal privé- vertrekken te beschikken, prorata de samenstelling van zijn gezin en de normen opgenomen in hoofdstuk 1.

Artikel 28: In de toegangshall van het gebouw moet op een duidelijk zichtbare plaats een identiteitslijst aangebracht worden, welke de naam, de voornaam, de verdieping, het kamernummer van de studenten en de naam van de plaatselijk verantwoordelijke vermeldt zo de eigenaar of verhuurder niet in het gebouw woont, evenals alle vergunningen vereist door onderhavig reglement.

AFDELING 3 - NORMEN

Artikel 29: Ligging

De achtergebouwen evenals de lokalen waarvan de zoldering zich op minder dan 1m00 boven het maaiveld bevindt mogen niet voor bewoning gebruikt worden, tenzij zij er als dusdanig voor opgevat werden en op voorwaarde dat ze een vrije hoogte hebben van 2m10.  De bezetting van kamers gelegen boven gevaarlijke , hinderlijke of ongezonde inrichtingen worden beschouwd als onveilige huisvesting.  Dit behelst onder andere: kamers boven restaurants, frituren, schrijnwerkerijen, garages, werkplaatsen, opslagplaatsen met gemakkelijk ontvlambare stoffen.  De bezetting van deze kamers kan enkel toegelaten worden indien er een gunstig advies van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brand en Dringende Medische Hulp bekomen wordt.  Elke kamer moet rechtstreeks toegankelijk zijn en dus niet via een andere kamer.

Artikel 30: Oppervlakte

De netto oppervlakte van een kamer moet minstens 9m² per bewoner bedragen.

Artikel 31: Goede bewoonbaarheid

De muren evenals de vloeren, de beschotten en de zolderingen van de dag- en nachtvertrekken mogen geen teken van bestendige vochtigheid vertonen en er mogen geen scheuren of barsten aanwezig zijn welke lucht doorlaten of waterdoorzijpelingen mogelijk maken.

Artikel 32: Natuurlijke verluchting en verlichting

Elke kamer moet voorzien zijn van ten minste één vertikaal venster of ten minste één dakvlakvenster dat rechtstreeks uitgeeft op de vrije lucht en op een ruimte die groot genoeg is om de onmisbare natuurlijke verluchting en verlichting mogelijk te maken.  In geen enkel geval mag de verhouding van de netto-oppervlakte van de vensters tot de oppervlakte van de door deze vensters verlichte vloer lager dan 1/5 zijn. De oppervlakte van de dakvensters van de dakkamers, of van de koepels, of van andere doorzichtige panelen, die de bovenste verdiepingen verlichten, moet minstens een halve vierkante meter bedragen.

Artikel 33: Uitrusting

De minimale uitrusting van de woning vergt de aanwezigheid van een systeem van bevoorrading van drinkwater of de aansluiting op het watervoorzieningsnet, de aansluiting op het elektriciteitsnet en een afvoersysteem voor de afvalwaters aangesloten aan het openbaar rioleringsnet.  Bovendien dient elke uitbreiding van de technische uitrusting van het gebouw te gebeuren volgens de grondregels van de bouwkunst.

Artikel 34: Sanitaire installaties

Het gebouw moet uitgerust zijn met volgende sanitaire installaties: 
- een individuele wastafel. Als de kamers er niet mee uitgerust zijn, moet er in de nabijheid één wastafel per kamer voorzien worden voor uitsluitend gebruik van de bewoners van de kamers. De wastafels moeten uitgerust zijn met een kraan met stromend water en een reukafsnijder en verbonden zijn met een verluchte afvoerbuis; 
- één W.C. met spoelinrichting, per groep of deel van een groep van vijf studenten. Deze laatste mag geen directe toegang hebben tot bewoonbare vertrekken of tot een lokaal waar voedingsstoffen bereid of bewaard worden. De deur moet kunnen gesloten worden langs de binnenzijde. Het toilet moet rein zijn, goed onderhouden worden en voldoende verwarmd zijn.  De sanitaire lokalen moeten voorzien zijn van een voldoende rechtstreekse buitenverluchting, onafhankelijk van de luchtverversing van de kamers en van de gemeenschappelijke lokalen. In gebouwen waar meer dan 5 studenten wonen is een bad of stortbad verplicht per groep of deel van een groep van vijf studenten.  De vertrekken uitgerust met een waterverwarmer gevoed met gas moeten voorzien zijn van een opening van minstens 150 cm² voor de toevoer van verse lucht. De verbrandingsgassen moeten langs een schouw naar buiten afgevoerd worden.

Artikel 35: - Elektrische uitrustingIn het gebouw is enkel elektrische verlichting toegelaten. 

Elke kamer moet uitgerust zijn met minstens twee oordeelkundig geplaatste stopkontakten en verlicht worden door een vast geplaatste lichtbron.  De elektrische installaties moeten voor het ganse gebouw voldoen aan de in voege zijnde voorschriften en reglementen geplaatst worden volgens de grondregels van de bouwkunst, in goede staat gehouden worden zodat ze voldoende veiligheid verzekeren en gekeurd worden door een persoon of instelling, erkend door de bevoegde overheid.  Bij elke uitbreiding of wijziging van de installatie en in geval van verandering van eigenaar van het gebouw, zal de installatie opnieuw moeten gekeurd worden.

Artikel 36: Verwarmingsinstallaties

De verwarmingsinstallaties moeten voor het ganse gebouw beantwoorden aan de in voege zijnde voorschriften en reglementen, geplaatst worden volgens de grondregels van de bouwkunst, in goede staat gehouden worden zodat ze voldoende veiligheid verzekeren en gekeurd worden door een persoon of instelling, erkend door de bevoegde overheid. 
Zo de verwarmingstoestellen gevoed worden met vloeibare brandstof moeten de nodige schikkingen getroffen worden om hevelwerking te voorkomen. Elektrische verwarmingstoestellen die een zichtbare elektrische weerstand bevatten, installaties met butaan-propaan of ander brandbaar gas in verplaatsbare recipiënten of verplaatsbare toestellen, gevoed met vloeibare brandstof, zijn verboden.  Bij elke uitbreiding of wijziging van de installatie en in geval van verandering van eigenaar van het gebouw, zal de installatie opnieuw moeten gekeurd worden.

Artikel 37: Gemeenschappelijke lokalen en keukens

Ieder studentenhuis met minimum 5 kamers moet beschikken over een gemeenschappelijke lokaal van minstens 3m² per kamer. De Burgemeester kan hierop afwijkingen toestaan als er een vaste keukeninrichting van voldoende grootte is ingericht, met keukenkast, spoelbak, twee kookplaten en een frigo.

Artikel 38: Veiligheid en brandbestrijding

De eigenaar is ertoe gehouden langs het gemeentebestuur het advies te vragen van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brand en Dringende Medische Hulp en vóór de bezetting van de lokalen een gelijkvormigheidsattest bekomen bij dezelfde dienst.  Bij verbouwingen aan het gebouw, wijziging van de lokalen of van de bestemming van de lokalen en bij verandering van eigenaar zal eveneens het advies van de hogervermelde dienst moeten bekomen worden.

Artikel 39: Bijzondere voorschriften

Buiten hetgeen voorzien is door onderhavig reglement, moet de eigenaar, de verhuurder, of de plaatselijk verantwoordelijke op het vlak van de veiligheid en de hygiëne, alle schikkingen treffen om de personen, aanwezig in het gebouw, te beschermen tegen brand, paniek en ontploffingen.  De bestendige maatregelen die in dat opzicht moeten genomen worden door de eigenaar, de verhuurder, de plaatselijk verantwoordelijke en de student-huurder moeten vermeld worden in een huishoudelijk reglement dat op een zichtbare plaats zal uithangen in de toegangshall en op de verschillende verdiepingen van het gebouw.  De studenten moeten bij het ingaan van het huurceel, alsook periodisch en ten minste één maal per jaar, ingelicht worden over het bestaan en gebruik van de verschillende ontruimingswegen,de meldings-, waarschuwings- en alarminstallaties, de blusuitrustingen en andere.  Deze moeten te allen tijde vrij bereikbaar en gebruiksklaar gehouden worden. De eventuele opmerkingen die zouden gemaakt worden door de bevoegde overheden zullen zonder verwijl moeten uitgevoerd worden.


Retour en haut de page

© 2012 Gemeente Jette